menu Menu

Peugeot-Citroën op zoek naar nieuwe wegen

De bezoekers van ’s werelds grootste autobeurs in Parijs twee weken geleden konden er niet om heen. In hal 1 van het uitgestrekte expocomplex stonden de spectaculaire stands van Peugeot en Citroën gebroederlijk tegenover elkaar. Met spectaculaire lichtshows, gigantische videoprojecties en schaars geklede dames toonde de PSA-groep de nieuwste modellen aan het publiek. De glitter en glamour waren echter een dunne façade voor de harde werkelijkheid waar PSA deze week mee naar buiten komt.

In Europa zakte de autoverkoop in de eerste negen maanden van dit jaar met 7,6%. De verkopen van Peugeot-Citroën daalden met 9,9% nog sneller. Harde ingrepen zijn dus noodzakelijk, benadrukte Philippe Varin, CEO van PSA, gisteren. “Ons herstelplan gaat door. De fabriek in Aulnay moet sluiten. Daar zijn achtduizend banen mee gemoeid”, zei de topman, terwijl honderden PSA werknemers voor het luxueuze hoofdkantoor bij de Arc de Triomphe in Parijs demonstreerden. Onder druk van de vakbonden deed PSA gisteren wel de toezegging te willen onderhandelen over een sociaal plan.

Strategische blunders

De problemen van de PSA groep zijn het gevolg van strategische keuzes. Een groot deel van de productie vindt plaats in Frankrijk. PSA is er trots op, maar het is tegelijk de achilleshiel. Op iedere afgeleverde auto wordt gemiddeld 789 euro verlies geleden, een schril contrast met de 916 euro winst die iedere Volkswagen oplevert. De modellen van PSA zijn vooral middenklassers, en juist daar lopen de verkopen door de crisis het snelst terug. Ook aartsconcurrent Renault lijdt onder de crisis, maar houdt zich beter staande dankzij het goedkope merk Dacia. De Duitsers zijn juist succesvol zijn met de duurdere auto’s. Het lukt PSA moeilijk om de groeimarkten buiten Europa te veroveren. In Rusland, China en Brazilië blijft PSA achter bij de groei van de markt. Om de internationale markt beter te bedienen en om synergievoordelen te bereiken gaat PSA gaat nu nauw samenwerken met General Motors, en vooral met het merk Opel.

De autotak is niet het enige zorgenkindje van PSA. Ook Banque PSA Finance, de financiële dienstverlener van de groep heeft het moeilijk. De Franse overheid springt bij met garanties van 5 tot 7 miljard euro. Daar staat wel wat tegenover: de staat wil een ‘onafhankelijke commissaris’ in de raad van toezicht van PSA. Dat is voor Varin geen probleem: “Het is normaal dat er wat terugverlangd wordt, maar dat betekent niet dat de regering stemrecht krijgt. Ik sta duidelijk aan het stuur van de groep.”

De glimmende auto’s zijn uit de enorme Parijse hallen verdwenen. De topmodellen hebben inmiddels plaatsgemaakt voor de KidExpo, ‘dé beurs van het jaar voor de hele familie’. Of de Franse kinderen van nu straks in auto’s van eigen makelij rijden is echter verre van zeker.

Dit artikel verscheen eerder in Het Financieele Dagblad

auto Citroën Peugeot


Vorige Volgende