menu Menu

Voor ‘les baby-boumeurs’ is de glorie nog lang niet voorbij

This post is also available in: Engels Frans

Er zijn weinig landen waar de babyboomers de maatschappelijke agenda al zo lang en zo nadrukkelijk domineren als in Frankrijk.

In tegenstelling tot andere landen worden de Franse babyboomers geboren in een gespreid bedje dat al voor het einde van de Oorlog gebroederlijk is opgemaakt door verzetsstrijders en collaborateurs.[ref]Sommige bronnen situeren het begin van de Franse babyboom al in 1942, door een verandering van het familierecht in 1939 en de actieve familiepolitiek van het Vichy-regime. Over het algemeen wordt 1946 aangehouden als begin van de babyboom. Sinds 1880 blijft de Franse bevolking stabiel op 40 miljoen inwoners. In de periode 1945-1970 neemt dat aantal toe tot ruim 50 miljoen. In 2010 telt Frankrijk 64,5 miljoen inwoners.[/ref] Het is het begin van de Trente Glorieuses, de dertig prachtige jaren direct na de Tweede Wereldoorlog waarin alles kon en niets onmogelijk was. Geen werkloosheid, een hoog salaris, een vast contract, lage onroerend goed prijzen, welvaart, vrede en aan het einde van de rit een riant pensioen: nagenoeg niets daarvan hadden de ouders van deze generatie gelukkige kinderen, zeer weinig ervan zullen ook hun kinderen hebben.

De basis wordt gelegd voor technologische vernieuwingen als kernenergie, de TGV, Minitel en de Concorde die wereldwijd bewondering oogsten. Om te slagen in de République is voor het eerst (en tevens voor het laatst) in de geschiedenis afkomst niet meer belangrijk. De sociale lift heeft maar één knop: naar boven. Eenmaal aangekomen op de top, moet de eigen riante positie veiliggesteld worden. De Franse maatschappij is daarom, vooral sinds De Gaulles semidictatuur, georganiseerd rondom uiterst gesloten netwerken. Men is trots op deze meritocratie die dat in feite niet is. Politiek, onderwijs, cultuur en bedrijfsleven: de babyboomers hebben het land anno 2010 nog steeds in een houdgreep. Terwijl een van de bekendste babyboomers al lang afstand heeft genomen van zijn roemruchte verleden, wacht de nieuwste generatie passief hun weinig hoopvolle toekomst af.

Mei 1968

Die houdgreep begon zoals met zoveel dingen in het leven met seks. Zijn de babyboomers al het resultaat van een copulatie-explosie, hun maatschappelijke succes is dat ook. Eind maart 1968 wil een stel verwende studentjes net als de meesten van hun leeftijdsgenoten in de eeuwen voor en na hen maar één ding: neuken. In dit geval gaat het om studenten aan de universiteit van Nanterre, een naargeestige banlieue ten westen van Parijs, gescheiden van de lichtstad door sloppenwijken en een paar ambitieuze kantoorkolossen in La Défense. De jongens mogen van de universiteit de nacht niet doorbrengen op de kamers van de meisjes en dat is voor de knapen onacceptabel in een tijd waarin de pil voor een grotere revolutie zorgt dan Darwin en Lenin. De charismatische instigator van het paringsoproer is de rossige Daniel Cohn-Bendit (*1945)[ref]Ik heb een persoonlijke bewondering voor Daniel Cohn-Bendit, die ik meermalen ontmoet heb. Mijn bewondering voor hem staat echter los van zijn activiteiten eind jaren zestig, maar heeft betrekking op zijn onaflaatbare inzet voor de eenwording van Europa. Zoals Harry Mulisch vindt dat hij de Tweede Wereldoorlog is, zo zou je kunnen zeggen dat de Frans-Duitse libertaire ecologische jood Daniel Cohn-Bendit Europa is. Met meer Rooie Dany’s in Brussel zou de afstand tussen burgers en Europa van vandaag een stuk kleiner zijn.[/ref], die een brand zal aansteken die in Frankrijk tot op heden nog nagloeit. Het duurt een paar weken voor de onrust Parijs bereikt, maar in mei slaan de stoppen overal door. De “burgermannetjes wier vaders bedrijven de arbeiders uitbuiten,” zoals communistenleider Georges Marchais de stakende studenten omschrijft,  krijgen al snel steun van het volk. Men is solidair met de studenten en binnen enkele dagen ligt het hele land plat. In een revolutionaire roes gaan blauwe boorden hand in hand met de witte boorden. De veelbeluisterde commerciële radiozenders Europe 1 en rtl voor het eerst rechtstreeks verslag doen van de beroering in het Quartier Latin en de rest van het land. De regering wil hen het zwijgen opleggen, maar daar trekken de zenders zich niets van aan. Parijs waant zich op dat moment het centrum van de wereld. Dat er ook in andere landen al eerder soortgelijke ontwikkelingen waren — de Amsterdamse Provobeweging had zichzelf een jaar eerder al opgeheven — was even niet relevant.

Drie weken later komt het geweld tot een einde. Cohn-Bendit is dan al lang verdwenen. Omdat hij een Duits paspoort heeft is hij als ongewenst vreemdeling het land uitgezet. President De Gaulle ontbindt het Parlement, de keien worden opgeruimd en het normale leven neemt weer zijn keer. Een jaar later stapt de versleten De Gaulle op en nog iets later wordt de gehate staatsomroep ortf opgeheven. Niets staat de babyboomers meer in de weg. De vier hete weken in mei blijken genoeg om de basis te leggen voor de dominantie van een generatie die tot op de dag vandaag duurt.

Sociale elite

Wie af en toe de politieke debatten op televisie bekijkt, ziet in de Assemblée een overvloed aan grijze, oude mannen. De gemiddelde leeftijd van de 920 Franse Parlementsleden ligt rond de 60 jaar, een van de hoogste ter wereld. Politici van 45 heten nog jong en veelbelovend. Het mag een wonder heten dat het broekie Nicolas Sarkozy in 2007 tot president gekozen werd. Als eerste Franse president die na de Tweede Wereldoorlog geboren is (in 1955, volgens sommige definities dus net geen babyboomer meer), werd hij gekozen op zijn belofte van de rupture, de breuk, niet alleen met het verleden, maar ook met de Franse doctrine dat de staat een oplossing voor alles heeft.

Ruim drie jaar later is daar weinig van terecht gekomen. De babyboomers zitten hem succesvol dwars. Zij drukken echter niet alleen hun stempel op het politieke leven, maar hebben ook nog steeds een leidende stem in het economische, sociale en culturele leven. Dat komt bijvoorbeeld tot uiting in het typisch Franse fenomeen van les intellectuels, oudere mannen die overal een mening over hebben. Deze ‘algemeen specialisten’ hebben een permanente passe-partout voor ’s lands studiovloeren, krantenkolommen en boekhandels. Figuren als Bernard-Henri Lévy (1948), Pascal Bruckner (1948) en Alain Finkelkraut (1949) zetten het publieke debat vaak naar hun hand, waarbij ze niet terugschrikken voor manipulatie van de toehoorders. Ook al zijn zij vele malen symbolisch doodverklaard, je hoeft niet heel erg lang te zappen om hun pratende hoofden op een zender tegen te komen. Hun opvolgers staan te trappelen, maar komen er nauwelijks tussen.

Uitzondering

Dat niet alle babyboomers de boel blokkeren bewijst, heel toepasselijk, de held van 1968. Daniel Cohn-Bendit is nu een van de weinige babyboomers die geen moeite hebben zich aan te passen aan de tijdgeest. De afgelopen twintig jaar is hij getransformeerd van een anarcho-marxist met teveel hormonen tot een bijna libertaire liberaal die nog steeds de wereld wil veranderen en verbeteren voor de jongere generaties. Sinds 1994 is hij lid van het Europees Parlement, nu als fractieleider van de Europese Groenen. Cohn-Bendit is nu een realist en één van de weinigen die gepassioneerde betogen durft te houden in Brussel, daarbij moeiteloos wisselend van Duits naar Frans of Engels. Terwijl zijn generatiegenoten soms krampachtig de herinnering aan mei 1968 levend proberen te houden, is Cohn-Bendit allang in de 21e eeuw. Tijdens de stortvloed aan publicaties in mei 2008 om veertig jaar soixante-huit te vieren, komt hijzelf met een korte interviewbundel met als veelzeggende titel  ‘[amazon_link id=”2815900165″ target=”_blank” ]Forget 68[/amazon_link]’.

Jong en conservatief

Zo vooruitstrevend als Cohn-Bendit nog steeds is, zo behoudend zijn de jongeren nu. Vanaf de jaren tachtig, eigenlijk sinds de verkiezing van François Mitterrand, op 10 mei 1981, wordt het Franse optimisme langzaam maar zeker verdreven door pessimisme. Rien ne va plus. We zitten in de Trente Honteuses: dertig schaamjaren van snel oplopende staatsschuld, nog sneller oplopende werkloosheid en een algeheel gevoel van malaise. Wie denkt dat die nieuwe generatie jongeren van nu de babyboomers verachten en voortvarend de barricaden opgaat om de gouden generatie ter verantwoording te roepen en te verdrijven, komt bedrogen uit. Sterker nog: een Franse jongere wil niets liever dan in de voetsporen treden van zijn nog uiterst kwieke (groot)ouders.

De Generatie 1965-1975 zit tussen deze twee groepen gevangen als een plakje jambon de Paris tussen een baguette. Zij hoopt weliswaar nog steeds te kunnen slagen, maar is nerveus door de instabiele economische situatie. Ze zijn nerveus dat ze hun baan niet kunnen houden en hebben misschien zelf al kennis gemaakt met periodes van werkloosheid. Ze hebben het te druk met overleven en geloven niet meer in hun eigen mogelijkheden. Tijd om de maatschappij te veranderen is er niet. Misschien dat hun babyboomouders hen een aardige erfenis achter te laten. Maar gezien hun goede gezondheid zal dat nog jaren duren.

[quote_right]De angst voor de toekomst is nergens zo groot als in Frankrijk.[/quote_right]Nog treuriger is het gesteld met de generatie die weer na hen komt, geboren vanaf 1985. Men waagt zich niet meer aan het wegjagen van de ouderen. Vier jaar na de demonstraties tegen het cpe wentelt het land zich in pessimisme “De angst voor de toekomst is nergens zo groot als in Frankrijk en is nog nooit zo wijd verbreid geweest als vandaag”, zegt Eric Maurin, econoom en socioloog in juli 2010 in het dagblad Le Monde (PDF).

De Franse jeugd van tegenwoordig wil de babyboomers niet verjagen, maar juist dolgraag opvolgen. De oorzaak daarvoor is misschien te zoeken in de geschiedenis. De onthoofding van koning Lodewijk XIV heeft de Fransen opgezadeld met een situatie van een voortdurend wantrouwen van de staat tegenover haar burgers en vice versa. De burgers zelf denken revolutionair te zijn, maar gaan gebukt onder het onverwerkte trauma van de vadermoord in 1793. Wellicht durven de jongeren de ouderen niet écht aan te vallen vanwege dit historische Oedipuscomplex waardoor ingrijpende vernieuwingen op voorhand stranden.

De babyboomers hebben hun troonopvolging veiliggesteld en zullen Frankrijk nu letterlijk over hun graf heen gaan regeren. De passiviteit van de nieuwe generatie maakt de druk op de schouders van generatie Y bijna ondraaglijk. Maar er gloort een sprankje hoop. Terwijl de geboortecijfers van veel Europese landen sterk teruglopen, heeft Frankrijk sinds begin deze eeuw opnieuw te maken met een babyboom[ref]Het geboortecijfer in 2011 is 12,7 kinderen per 1000 inwoners, oftewel iedere vrouw krijgt gemiddeld 2,01 kinderen. Het Europees gemiddelde was in dat jaar respectievelijk 10,9‰ en 1,5 kind. Bron: INSEE.[/ref]. Hoe deze leeftijdsgroep (‘generatie zzz’?) zal heten, wat zij zal bereiken en blokkeren is natuurlijk nog niet te voorzien. Misschien dat zij bij de viering van honderd jaar bevrijding in 2045 eindelijk ook het land definitief bevrijd zullen hebben van de vernietigende invloed van de babyboomers.

Dit artikel verscheen in het boek Bye, Bye Babyboomers onder redactie van Paul van Liempt en Paul van Gessel. Amsterdam 2010, Business Contact.

1968 babyboomers Daniel Cohn-Bendit pensioen


Vorige Volgende